Beroepenscrabble

Scrabble is een internationaal succesvol letterspel. Het wordt gespeeld op een bord bestaande uit 15 x 15 vakjes, waarvan sommige een bijzondere waarde hebben. De lichtblauwe vakken vertegenwoordigen een dubbele letterwaarde, de donkerblauwe een driedubbele. De roze vakken (inclusief het centrale vak met de ster) geven een dubbele woordwaarde; de rode, die het meest in trek zijn, een driedubbele woordwaarde.

Er zijn in de Nederlandstalige versie 102 letters te verdelen (waaronder twee blanco blokjes die door de speler voor eender welke letter mogen worden gebruikt), waarvan iedere speler er aan het begin van het spel ongezien zeven kiest. Elke speler probeert uit die letters een woord van ten minste twee letters te vormen en dat zodanig op het bord te plaatsen dat een optimaal aantal punten wordt behaald. Vervolgens vult de speler zijn aantal letters weer aan tot zeven. Men mag zijn beurt ook gebruiken om één of meer van zijn letters te ruilen.

Beroepenscrabble is al scrabble, maar met twee extra regels:

  • je mag enkel een woord leggen dat verband houdt met een beroep (welk woord doet dat niet, het vraagt enkel wat verbeeldingskracht ...)
  • een beroep- of functienaam verdubbelt de woordwaarde.
Tip: Woordenlijsten

Over het algemeen is het Van Dale woordenboek de geaccepteerde scheidsrechter, hoewel ook de officiële ScrabbleWoordenLijst (gebaseerd op de Van Dale) in populariteit toeneemt. De SWL is een lijst met alle toegestane woorden van 2 tot en met 8 letters. De lijst is geen verklarend woordenboek, het is een lijst met alle toegestane woorden. Scrabblefanaten zijn zeer druk in de weer om de ultieme lijst samen te stellen, van 2 tot en met 15 letters, dwz de volle breedte en de volle hoogte van het scrabblebord.

dj
mc
vj

abt
aio
bas
bei
dei
hit
kok
nar
non

agio
arts
baas
bard
beul
bode
boer
chef
eker
imam
gast
gids
hoer
hulp
ober
paus
pope
prof
smid
tolk
tuut
ijker

abdis
agent
agoog
asman
baboe
baker
cadet
clown
coach
drost
etser
fakir
graaf
groom
heier
imker
ijsman
jager
kaper
klerk
kokin
lader
lakei
loods
loper
model
nanny
pater
pedel
poëet
prior
rabbi
rebbe
reder
rover
spion
teler
tenor
voogd
waard
wacht
waker
weger
wever

Knock-out: De scrabbelmythe
Geen enkel woordenboek is volledig. Om te voorkomen dat een woordenboek onnodig dik wordt, moet de redactie keuzes maken. Als een woordenboek incompleet is, wat staat er dan allemaal niet in? Hieronder enkele rubrieken ontbrekende woorden, en de bijpassende beroepen die niet in woordenboeken zijn opgenomen.

Wie wel eens scrabbelt, kent het probleem. Een speler legt een lang en veel punten opleverend woord, en redt zich daarmee uit een onmogelijk lijkende positie. Triomfantelijk kijkt hij om zich heen. Maar dan begint het gemor van de tegenstanders.

Veelal wordt dergelijk taaldispuut met het woordenboek beslecht. Inzet: het al dan niet bestaan van het woord. De meest geraadpleegde scheidsrechter: de grote Van Dale. In de dertiende druk staan ruim 230.000 trefwoorden. Betekent dit dat het Nederlands evenzoveel woorden telt? In het Woordenboek der Nederlandse taal staan zo’n 350.000 trefwoorden, en er bestaan puzzelwoordenboeken met ruim een miljoen ingangen.

Welke woorden en beroepen vinden we dan niet terug in het woordenboek?
1. Doorzichtige samenstellingen
Bij elke nieuwe editie van een woordenboek worden woorden toegevoegd, maar ook vele duizenden woorden geschrapt. Het gaat om zogenoemde doorzichtige samenstellingen: samengestelde woorden waarvan de betekenis voor iedereen meteen duidelijk is. Toch is het beroep accountant-administratieconsulent opgenomen in het Groene Boekje, de officiële spellingslijst van het Nederlands. In theorie zijn er makkelijk langere beroepsnamen te verzinnen, bijvoorbeeld door ergens -ambtenaar of -coördinator achter te plakken. Een gladheidscalamiteitencoördinator bestaat echt, maar welke praatjesmaker heeft wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeringscoördinator op zijn visitekaartje staan? De regel van de woordenboekmakers lijkt te zijn: als de spelling van samengestelde woorden geen problemen oplevert, waarom zou je ze dan opnemen? Zo is meteen duidelijk wat een preventieambtenaar of een spijbelrechter doet. Vele samenstellingen zijn evenwel lang niet doorzichtig: enig idee wat een merkambassadeur is? Een tip: in het engels zou men hem of haar aanspreken met stealth marketeer.

2. Gelegenheidswoorden en gelegenheidsberoepen
Jaarlijks verschijnen er duizenden woorden in kranten en tijdschriften die we alleen even nodig hebben om omstandigheden te beschrijven die dan actueel zijn. Veelal zijn dit eendagsvliegen die je helemaal niet moet willen vangen in een woordenboek. Een gelegenheidsberoep was de eurobuddy en bonnetjesvorser. Tot nu toe is taikonaut een gelegenheidsberoep gebleven, maar of dit zo blijft, kan afhangen van het Chinees ruimtevaartprogramma in de toekomst.

3. Kersverse neologismen en beroepen
In een woordenboek dat, zoals de grote Van Dale, gemiddeld om de tien jaar wordt herzien, moet je natuurlijk niet gaan zoeken naar woorden die nog maar net uit de luiers zijn. Bestaan beroepen als propper. Ja, ze bestaan, maar nog niet in de grote Van Dale. Veelal gaat het om gangbare woorden die ook een beroep blijken te zijn. Denk aan scanner en gamer. Soms gaat het over bestaande beroepen met een nieuwe betekenis. Denk aan migratiespecialist. Er zijn inmiddels tal van beroepen die ook een variant met cyber-, internet-, net-, web- of e- ervoor hebben.

3. Oude woorden en oude beroepen
Neem een woordenboek van honderd of vijftig jaar geleden, sla dit open op een willekeurige bladzijde en de kans is groot dat u meteen woorden tegenkomt die u totaal onbekend zijn. Een vlottersbaas stond in de grote Van Dale van 1924. Het beroep is verouderd en daarmee het woord. De grote Van Dale telt duizenden woorden en betekenissen met het label ‘verouderd’. Die staan er dus nog in, maar er moeten duizenden beroepen te vinden zijn die inmiddels – na bewezen diensten – de laan uit zijn gestuurd, rekenaars bijvoorbeeld.

4. Aanstootgevende woorden en spotnamen
Zullen de woorden woestijnjurk of moslimjurk als spotnamen voor een traditioneel gewaad als de djellaba de woordenboeken halen? Die kans is erg klein. Woordenboekenmakers nemen zelden aanstootgevende woorden op. Al was het maar omdat men het woordenboek een opvoedende taak toedicht(te). Sommige beroepsgroepen zijn tijdelijk of langdurig controversieel. Maar de kans is erg klein dat beroepsuitoefenaars zichzelf horrordoctor, yettie, pretprofessor of zenderhopper noemen. Indrukgever lijkt dan wel een (eenmalige) uitzondering te zijn.

5. Jargon en specialismen
Perfusionist en elektrofysioloog, ieder vak kent zijn eigen jargon. Loodgieters, timmerlieden, artsen, geologen, biologen, scheikundigen, plantkundigen, taalkundigen, computerdeskundigen – allemaal gebruiken ze specialistische woorden. Deze vind je niet allemaal terug in de algemene handwoordenboeken. Als het goed is, vind je alleen die vakwoorden terug die geregeld in de standaardtaal opduiken – en dat is slechts een fractie van het totaal. Om u een indruk te geven: het Zakwoordenboek der Geneeskunde telt 26.000 “termen en begrippen uit de medische en aanverwante vakgebieden”. De grote Van Dale telt een duizendtal trefwoorden met het label ‘medisch’. Perfusionist is erin terug te vinden, elektrofysioloog niet.

Er zijn meer categorieën te bedenken (dialectwoorden bijvoorbeeld) en véél meer voorbeelden, maar de boodschap zal duidelijk zijn: je kunt niet zeggen dat een beroep niet bestaat omdat het in een woordenboek ontbreekt. Dat is een mythe, een hardnekkige scrabblemythe - ook al een woord dat je vergeefs in de woordenboeken zult zoeken.

Bron: De rubrieken zijn ontleend aan Ewoud Sanders, Allemaal woorden, Amsterdam: Prometheus, 2005; de voorbeelden van beroepen aan Taal van het jaar, Quest en Scientific American.

(Terecht) niet in het Groot woordenboek hedendaags Nederlands opgenomen:

Bonnetjesvorser
In september 1999 beschuldigde een voormalig tijdelijk medewerkster de Rotterdamse ex-burgemeester, die inmiddels minister van Binnenlandse Zaken was, van foutief declaratiegedrag. Er treedt een commissie aan die belast wordt met het onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden in kostendeclaraties. In 2000 wordt het serieus. Bonnetjesvorsers maken druk bonnetjesjacht en de resultaten van het onderzoek zijn nog niet gepubliceerd of er is al sprake van een heuse bonnetjesaffaire.

Elektrofysioloog

Eurobuddy
Op 1 januari 2002 vervangen veel Europese landen hun nationale valuta door de euro. In de praktijk verloopt die monetaire megaoperatie best soepel, want al na een paar weken is er haast geen oude valuta meer in omloop. Zouden we dat te danken hebben aan de eurobuddy’s, mensen die speciaal zijn opgeleid om in de periode na de euro-invoering in winkels te assisteren en eventuele vragen van de consument over de nieuwe munt te beantwoorden?

Gamer
Een indicatie voor de algemene acceptatie van games is de oprichting van een gameschool. Vanaf 2006 zal in Breda een game-opleiding van start gaan, bedoeld voor het opleiden van gamers, in de betekenis van ‘ontwerpers en makers van computerspellen’. In de gewone betekenis – mensen die games spelen – kwamen gamers in 2005 overigens wat minder fortuinlijk in het nieuws. Wereldwijd kwamen namelijk diverse gamers om het leven door uitputtingsverschijnselen die het gevolg waren van hun gameverslaving.

Gladheidscalamiteitencoördinator
In maart 2005, toen het in grote delen van Nederland plotseling hevig sneeuwde, maakten diverse journaals melding van de gladheidscalamiteitencoördinator, een Friese functionaris die de boel een beetje in de gaten moest houden. De gladheidscalamiteitencoördinator is op internet meteen een eigen leven gaan leiden. Eén citaat, uit een weblog: 'De gladheidscalamiteitencoördinator. Wat zou die de rest van het jaar doen?'

Indrukgever
In 2001 verschijnt het woord indrukgever in de media naar aanleiding van een beursfraudezaak, die is opgestart na gesprekken van justitie met een professor economie. Deze informant legde bij de belastingsdienst verklaringen af die hij later weer relativeerde. Het zou slecht gaan om suggesties, indrukken en hypotheses, indrukken dus. De professor zegt in het getuigenverhoor: “Het woord tipgever vind ik veel te zwaar voor de gedachte die ik heb aangedragen. Ik ben eerder een indrukgever”.

Kloondoctor
Het komt bij functionarissen uit de medische stand bovengemiddeld voor dat ze met een stemming makende naam worden aangeduid of zelf gestigmatiseerd. Een voorbeeld hiervan is het woord kloondokter, dat in januari 2001 als titel van een bericht op Planet Internet voorkwam: ‘In Italië geeft een arts onvruchtbare koppels de mogelijkheid om de - onvruchtbare - man des huizes te klonen'.

Merkambassadeur
De merkambassadeur is een undercoveragent van de commercie: een man of vrouw die door een bedrijf is ingehuurd om potentiële klanten in een alledaagse situatie met zijn product te laten kennismaken. In het café bijvoorbeeld komt een vrouw naast een man alleen zitten. Ze vraagt of ze hem een flesje bier mag aanbieden. Dat mag natuurlijk. Zo maakt hij kennis met een trendy merk dat net in de markt is gezet. Deze vorm van reclamemaken wordt wel stealth marketing genoemd naar de Amerikaanse bommenwerper die bij verrassing toeslaat omdat hij niet op de radar te zien is.

Migratiespecialist
Sinds ongeveer 1995 wordt migratiespecialist gebruikt voor ‘deskundige op het gebied van migratie’, en dan moet je met name denken aan de migratie van asielzoekers en allochtonen en alle problemen die daarbij komen kijken. Diverse politieke partijen en universiteiten hebben dit soort migratiespecialisten in dienst. Maar de migratiespecialisten van talloze ICT-bedrijven doen iets heel anders: zij implementeren nieuwe software op computers. Je ziet dit woord steeds vaker opduiken in advertenties: “We zijn op zoek naar een Migratie Specialist. Vereist: Rond de 10 jaar ervaring in de IT. Afgelopen 2-3 jaar duidelijke migratietrajecten ervaring”. Men spreekt in dit verband ook van een migratieplan.

Pretprofessor
Pretprofessor verwijst niet naar een nieuw academisch beroep, maar naar een bepaald type hoogleraar. Iemand die weliswaar hooggeleerd is, maar zijn kennis ook regelmatig in dienst stelt van de amusementsmedia door luchtigjes verslag van zijn onderzoek te doen in bijvoorbeeld een spelletjesprogramma. Niets mis mee, want zo'n optreden kan de kloof tussen wetenschap en maatschappij alleen maar overbruggen. Maar voor wie hooggeleerden nog steeds als professors Zonnebloem - het type verstrooide vorser - wensen te zien, is het wel even wennen: hoogleraren in hun nieuwe rol van kennispopularisator. Pretprofessor is een prettig allitererend woord, beter dan bijvoorbeeld fun professor zou zijn, een begrip dat in het Engels al langer in omloop is.

Preventieambtenaar
Na een rampzalige brand in een Volendams café (nieuwjaar 2001) volgt een uitvoerig onderzoek naar de toedracht van de ramp. Bij de verslaglegging van dat onderzoek verschijnen woorden die niet in het woordenboek staan zoals preventieambtenaar. De preventieambtenaar die belast was met het toezicht op de plaatselijke cafés blijkt zowel de eigenaar van het café als de gemeentelijke autoriteiten bij herhaling gewezen te hebben dat ‘bij een incident een levensgevaarlijke situatie kon ontstaan’.

Propper
Een propper is een ‘lekkere jongen of meid’ die leeftijdgenoten naar een discotheek lokt. Hoe lang dit woord, dat waarschijnlijk is afgeleid van propagandamaker of propagandawerker, al in deze betekenis wordt gebruikt, is niet bekend. Voor de film Costa! (2001), die gaat over het hitsige leven van enkele proppers in de Spaanse kustplaats Salou, is het nauwelijks op schrift gevonden. Als je de berichten mag geloven, is het beroep van propper nergens spannender dan in Salou.

Rekenaar
Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd goed kunnen rekenen gezien als het summum van intelligentie. Leraren waren gespitst op kundige cijferaars in de klas. Want voor zo iemand lag een glanzende toekomst in het verschiet. Bedrijven, verzekeraars bijvoorbeeld, hadden soms wel honderden rekenaars in dienst. In grote zalen berekenden ze de schadeclaims op hun tabulator - een mechanische rekenmachine. Vanaf de jaren vijftig begonnen steeds meer grote organisaties computers aan te schaffen om het zware rekenwerk te verrichten. In de pers werd vol verering over deze 'denkmachines' gesproken. Maar er werd ook aandacht geschonken aan de negatieve aspecten: vele banen kwamen op de tocht te staan. Rekenaars stonden op het punt te verdwijnen. Toen bijvoorbeeld de universiteit van Groningen in 1958 de ZEBRA (Zeer Eenvoudig Binair Reken Apparaat) aanschafte, moesten de twintig professionele rekenaars het veld ruimen.

Scanner
Een scanner werkt bij een knipselsdienst en voert kranten en tijdschriften door een scanapparaat. Met digitale bestanden is het immers veel gemakkelijker werken. Bij dit werk zijn vooral computervaardigheden van belang.

Spijbelrechter
Wie de leerplicht verzaakt, wordt sinds eind 2004 naar een speciale spijbelrechter gesleept. De rechter voert een indringend gesprek met de spijbelaar, waarna deze gewoonlijk zijn leven betert. Het kan er echter ook repressiever aan toegaan. In Tilburg wordt namelijk een ordeschool geopend. Daarin worden kinderen opgevangen die van het rechte pad zijn afgeweken. Zij moeten elke schooldag van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds op school zijn. Daar krijgen ze sociale vaardigheden aangeleerd en als het een beetje meezit, gaan ze aan het eind van het schooljaar nog met een diploma naar huis ook.

Taikonaut
De Amerikanen spreken van astronaut, de Russen van kosmonaut en de Chinezen van taikonaut. Ze bedoelen allemaal hetzelfde: ruimtevaarder. Taikonaut is afgeleid van taikong dat universum of kosmos betekent. China voerde in 2003, als derde land ter wereld, een bemande ruimtevlucht uit.

Zenderhopper
Anti-globalisten die van de ene naar de andere wereldtop reizen om te demonstreren worden tophoppers genoemd. Naar analogie van cityhoppers en jobhoppers (mensen die vaak van baan verwisselen) zijn samenstellingen met hopper in 2001 razend populair geworden, getuige ondermeer de vertaling baanhopper, evenementenhopper (iemand die van het ene evenement naar het andere reist) en zenderhopper (iemand die bij radio of televisie werkt en regelmatig van de ene omroep naar de andere overstapt).

Vlottersbaas
Een vlottersbaas is in de grote Van Dale van 1924 een ploegbaas der houtvlotters of houtlossers.

Yettie
Yettie is een letterwoord voor Young Entrepreneurial Technocrat. Het woord is gevormd naar het voorbeeld van yuppie dat weer is gekneed naar het voorbeeld van hippie. Een yettie is een werknemer bij een internetbedrijf die zijn moeder niet kan uitleggen wat hij precies doet: website-ontwerper, internet-ondernemer, webzineschrijver, programmeur, ... Yetties vormen de digitale klasse en die dijt in 2000 uit. Dotcommers, digirati, nerds of geeks, allemaal termen die in de buurt komen, maar yettie is beter. Het bevat precies de drie noodzakelijke eigenschappen: jong, ondernemend en technocratisch.