Wie gebruikt dit?

wie gebruikt dit?

Leerlingen brengen voorwerpen mee naar school die bij een bepaald beroep horen (doktersbriefje voor dokter, fietspomp voor fietsenmaker, helm voor bouwvakker, moersleutel voor mecanicien, deegrol voor kok, pilletjes voor apotheker, ...) Ook de leerkracht kan voorwerpen toevoegen.

In de klas worden alle voorwerpen in een zak gestopt. Eén voor één mogen de leerlingen een voorwerp uit de zak halen. De leerlingen schrijven op of vertellen aan welk beroep ze moeten denken. De leerlingen leggen uit waarom ze het voorwerp in verband brengen met dat beroep.

De leerlingen proberen zo veel mogelijk beroepen juist te raden. Als de voorwerpen erg moeilijk te raden zijn, kan de leerkracht een lijst van mogelijke beroepen die aan bod komen vooraf op het bord noteren.

Een variant op dit spel is: Voel een beroep! De voorwerpen worden in de zak gehouden (of onder een laken verstopt) en de leerlingen mogen elk om beurt voelen. De leerlingen noteren welk voorwerp ze gevoeld hebben en brengen dit voorwerp in verband met een beroep.